Zelfconcept versus Zelf

 

We maken een beeld van onszelf gedurende ons leven. Een buitenkant van meningen, gedachten, gevoelens en gedragingen. Dit beeld is ons zelfconcept, ons ego.
Dit beeld staat regelmatig onder druk, we worden verkeerd begrepen, men ziet onze liefde en goede bedoelingen niet. Hier ontstaat een spanningsveld tussen wat we voelen/beleven en wat we willen laten zien. Hier ontstaat strijd en veroordeling. Hier komt jouw wereld in strijd met de wereld die je buiten jou ziet. Maar ook de strijd met je innerlijke wereld.
Het beeld(zelfconcept) is de basis van alle pijn en angst. Hoe meer we ons ophangen aan dit beeld hoe meer we moeten verharden om pijn en angst buiten te houden.
In dit beeld zit alle afscheiding opgesloten, ook al lijkt dit beeld eerst te verbinden (aanpassen).
Hier scheppen we de leugen over wie wij zijn.
Hierin geven we de eenheid op voor de wereld van oordeel.
Hierin kunnen we worden gekwetst en kwetsen we.
Het beeld schept verwarring tussen wie we werkelijk zijn (innerlijk zelf) en wat we als beeld van onszelf (tijdelijk) hebben gemaakt. Het opbouwen van een zelfconcept gebeurd laag over laag, overtuiging op overtuiging, afscheiding op afscheiding. Als rokken van een ui die je weg houden van je kern.
Ongemak bestaat uiteindelijk alleen maar als zaken niet voldoen aan je zelfbeeld/ wereldbeeld.
Onder al die rokken ligt het zelf, ligt je onschuld en de openheid. Als we werkelijk rusten in dit zelf is er geen kwetsbaarheid omdat nergens een beeld van is gemaakt. Het is de overgave en omarming van wat IS. Hier woont liefde en eenheid, hier zijn de hemel en de aarde één. Hier leren we dat we denken, maar niet zijn wat we denken. Langs dit denken ontstaan keuzes tussen zelf en zelfconcept. Hier ontstaat de keuze tussen vrede en strijd.
Het afpellen van de rokken die we ons zelfconcept noemen, brengen ons in momenten van verwarring, van niet weten. En juist dit onder ogen durven zien brengt je dichter bij je innerlijke verlossing, brengt je thuis.
Wat betekent dit dan voor het dagelijkse leven, voor het aangaan van het proces van afpellen, voor het komen in die heelheid in dit zelf, voorbij de strijd om behoud van het zelfconcept, voorbij het bedachte ego. Het laat alles tot niets worden, en in dit niets ligt de verlossing en het Zelf. Open, in het leven, aankijkend wat er is. Spiegels, echo van jou zelf.
Opgeven het ‘denken te weten’ hoe de wereld er uit hoort te zien. Dit bestaat uit het steeds weer terugkeren naar je gewaarworden. Los te komen van je uitreiken, nodig hebben, veroordelen van dat wat je dacht dat buiten je is en zien dat dit alleen jouw denken en jouw zelfconcept is.
Hier ontstaat keuze om je (tijdelijk) te verbinden, beweging te maken (of niet), bewust te zijn van wat er is. Hier krijgen we de kans om (op)nieuw te kiezen, voor licht, voor leven, voor onze hoogste waarheid.