Verleiders, demonen en spoken

 

Ooit waren er delen in ons die ‘een tekort leefden’, ‘niet genoeg gezien werden’ en daarlangs zich afscheiden in ons innerlijk. Dit bracht eerst verlichting van het gevoelde ongemak, maar door hierin langer te verblijven creëerde dit een eigen afgescheiden werkelijkheid. Deze afgescheiden werkelijkheid is een eigen werkelijkheid gaan ontwikkelen waarin de brug naar de dagelijkse werkelijkheid moeilijk vindbaar is geworden(angst, ergernis en verdringing). Voorbeelden zijn o.a. gulzigheid, hebzucht, woede, jaloezie, wellust, ijdelheid, luiheid. Deze delen nemen jou automatisch over, zonder dat je daar nog bewuste sturing in hebt. Er zijn nog veel meer namen van delen die we ooit als bescherming hebben geïnstalleerd maar nu autonoom in ons systeem werken.

Wat te doen met dit al.

Herkenning dat er delen in je zijn die in jou als zelfstandig opererende delen werken is de start. Het is jezelf de spiegel voorhouden en jezelf in de diepte aan durven kijken. Het is het licht laten schijnen op innerlijke delen die eerst alleen in het verborgene hebben gewerkt. Dit aankijken kent stappen. In eerste instantie komt je neiging om ze uit te bannen, dit ligt dicht bij ontkennen. In deze stap kijk je nog niet werkelijk aan wat zich in je innerlijk afspeelt. Dit ligt dicht bij het bezweren van het ongemak. Ontkenning is hierin ook gemakkelijk aanwezig.

Dan is er de stap van het zo ver mogelijk van je af te houden, het de baas te blijven, waarin je doorlopend alert dient te blijven of het de kop weer opsteekt en het dan weer met volle kracht terug te duwen. Hierin zit veel oordeel op het deel dat zich in je heeft genesteld.

De volgende mogelijke stap is toelaten en aankijken. Wat gebeurt er precies, wanneer neemt het mij over, welke stappen worden er dan genomen, wanneer is het ontstaan, wat heb ik eigenlijk gemist.

Hierin leer je in ontmoeting te zijn in jezelf met jouw ‘donkere’ delen.

Dan is er de stap van integreren. Door de kennismaking die er heeft plaats gevonden is er de mogelijkheid om bewust gebruik te gaan maken van deze delen en daar de hogere component van te leren kennen. Hierin komen deze delen weer onder beheer van het ‘ik’ te staan. Woede helpt te komen tot assertiviteit, luiheid leert zelfzorg, hebzucht kan zich laten zien als nieuwsgierigheid, gulzigheid kan omvormen naar met smaak eten/jezelf leren voeden, wellust kan je brengen tot meer intimiteit en gezond beleven, ijdelheid wordt dan jezelf durven laten zien enz. Kortom alles heeft een hogere component in zich dragend die ons kan ondersteunen. De omvormingen zoals hier benoemd hoeven niet het geschenk in zich dragende te hebben zoals hier beschreven, dit is een ontdekkingstocht in jezelf.

Daarna is er de stap van vergeestelijken. In deze stap overstijgt dit de laag van het ik. Zo zal -woede via assertiviteit kunnen uitgroeien tot morele verontwaardiging, -nieuwsgierigheid via benieuwdheid naar wezenlijk interesse leiden, -luiheid via rust tot open staan voor geestinvallen enz. Deze stap kan pas gedaan worden als eerst de vorige stappen zijn doorlopen, anders zal dit eerder een vlucht en ontkenning zijn. Eerst zullen delen weer onder beheer van ons ‘ik’ dienen te komen voor deze laatste stap werkelijk genomen kan worden.

Daarnaast zijn er nog delen die discussie met je aangaan (spoken) zoals de perfectionist, de criticus, de aanklager, de twijfelaar. Deze delen werken op een mentaal niveau. Bij iedere verdediging gaan die delen deze onderuit halen en laten je met minder zelfvertrouwen achter. Deze delen nodigen uit tot reactie, terwijl juist het aanhoren en danken voor hun bijdrage hun kracht doet terugbrengen tot normale proporties. Dank je voor je aanvulling, ik hoor je, in neem het mee voor een volgende keer zijn meer adequate reacties.

Dit alles is vrij overgenomen uit het boek ‘Wezens en werelden’ van Jaap van de Weg. Het heeft me inzicht gegeven in processen die ik hiermee graag met jullie deel. Natuurlijk is hier nog veel meer over te zeggen, maar dit is voor mij een aardige introductie die spoken en demonen terugbrengt tot normale hanteerbare delen van het ik.