Vergeving

 

In 'een Cursus in Wonderen' is vergeving nooit gericht op een ander, maar altijd op jezelf, op de onwetendheid van die die zich 'ik' noemt. Vergeving stelt dat er iets te vergeven zou zijn, dus daarmee maak je 'zonde' werkelijk. Uiteindelijk heeft zonde nooit bestaan, het bestaat door mijn gedachtewereld (gedachte en wereld die zijn bestaan ontleent aan hoe ik er naar kijk dus in feite 'niet is' oftewel een illusie is). Uit mijn gedachten ontleent mijn wereld, mijn werkelijkheid zijn bestaansrecht. Door verandering van mijn gedachten verandert de wereld. In mijn oordeel zit zowel de scheiding tussen ik en de ander als een scheiding tussen goed en fout. De Cursus spreekt van vergissing en onwetendheid. Zo lang ik vergeving zie als een actie naar de ander zet ik mezelf boven de ander en ben beter dan de ander en vanuit mijn goedheid zou ik dan de ander iets geven wat hem in feite niet echt toekomt. Al wat ik in de ander zie, is wat ik ben, want ik zie en ik oordeel. Echte vergeving gaat uit van het bewustzijn dat wij één zijn, Al-één. Er bestaat geen projectie en geen oordeel. Als ik werkelijk geen oordeel heb ben ik in eenheid met het Al en met de Goddelijke stroom. Zo gauw ik die niet zie en in oordeel terecht kom ben ik uit het Ene, het Christus-bewustzijn. De weg terug is vergeving, ofwel het loslaten van het oordeel. Ik veroordeel niet meer de ander, die iets spiegelt in mijn wereld van gedachte overtuigingen, ofwel iets wat ik in mezelf veroordeel. Vergeving is dus geen geste naar de ander maar naar het Zelf en brengt in mij mijn goddelijk Zelf terug in beeld.

Alle oordelen bestaan vanuit het verkeerd zien van de werkelijkheid. Al wat is, is zoals God het wil. Als God het zo niet wil was het niet zo geweest. Alleen de manier waarop we het zien hoeft veranderd te worden om te weten, te zien welke genade en welke Gods-liefde er in door stroomt. In mijn veroordeling zorg ik voor de afscheiding uit het Goddelijke en creëer ik de dualiteit. In mijn oordeel verleen ik werkelijkheid aan deze scheiding. Als ik ga begrijpen of eerder nog ga voelen en beleven dat alles er is om te groeien in het Godbewustzijn valt alle oordeel naar binnen en naar buiten, van mij af. Alle gedachten die ik koester over hoe de wereld anders zou moeten zijn als hij is, is een aanval op dat wat schepping brengt. Aan mij de keuze om te geloven in de dualiteit of te zien dat de waarheid opgeslagen ligt in wat zo verschrikkelijk lijkt.

Dit is de stap uit de creaties die mijn duale gedachten maken en de wereld terug geven aan God en opnieuw laten zijn wat ze is, namelijk een niet-bestaande illusie. Het maakt me tevens vrij van de last van wat ik dacht dat de wereld was en geeft me de mogelijkheid mijn streven te richten op de Goddelijke waarheid en zonder oordeel te zijn, waardoor steeds meer door mij heen het Goddelijke zich kan manifesteren.